banner watgelovenwij

Wat doen wij Gesprekspapier Kerk Binnenstebuiten level 3 - Onnavolgbaar

luisteren route vragen

 PDF

Gesprekspapier, KBB  level 3, Onnavolgbaar

“Volg jij Jezus?”  (Lukas 14 : 25-35) 8 april 2017, CGK ’s Gravenmoer, KBB level 3

Level 3 uit het boek “Kerk Binnenste Buiten” gaat over ‘navolging’. Het hoofdstuk heet ‘onnavolgbaar’. Er wordt gesuggereerd dat Jezus eigenlijk onnavolgbaar is. In Lukas 14 vers 26 en 27 zegt Jezus, als grote mensenmenigten achter Hem aan komen: “Wie mij volgt, maar niet breekt met (haat) zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn. Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling (discipel) zijn.”

Dat is een hele moeilijke tekst, een struikeltekst zouden we wel kunnen zeggen. Jezus zegt dat we onze familie, ja zelfs ons eigen leven moeten haten, anders kunnen we geen discipel van Hem zijn. Mensen komen om allerlei redenen achter Jezus aan, vanwege Zijn woorden, Zijn wonderen, Zijn genezingen. Als je echt discipel van Hem wilt zijn, vraagt dat meer dan alleen maar meelopen, zegt Jezus. De vraag is dan ook: Ben jij echt een discipel? Volg je Jezus werkelijk?

Hoe kan Jezus dit nu zo zeggen? Jezus zegt toch dat je God lief moet hebben en je naaste, en dat je je ouders moet eren? Zelfs je vijand moet je lief hebben toch? Hoe kan Hij dit dan zeggen over familieleden? We moeten goed begrijpen hoe Jezus dit bedoelt. Jezus heeft het hier over liefde. Je houdt van die mensen. Er is, normaal gesproken,  zorgzame liefde tussen familieleden. Als hier in de Bijbel staat dat je hen moet haten, dan moet je terugdenken aan het O.T. Daar staat dat God Jakob heeft liefgehad en Ezau heeft gehaat. Heeft Hij Ezau dan echt gehaat? Nee, Hij zorgt ook voor Ezau en zegent ook Ezau. Maar daar wordt eigenlijk bedoeld dat Hij Jakob meer liefheeft, dat Hij Jakob uitverkiest opdat hij de stamvader van Israël zou worden. Jezus zegt dat je je familie moet haten. Hij bedoelt dat je Hem veel meer lief moet hebben. Je kunt Jezus er niet maar even bij hebben. Je kunt niet opgaan in je familie, in je vrouw of man, of je kinderen en daarnaast ook nog God hebben, daarnaast ook nog christen zijn.

Je moet Jezus op de 1e plaats hebben. Je moet Hem echt liefhebben met een veel grotere liefde dan de liefde voor de mensen die je het liefst hebt. Hij moet je alles zijn! Zoals Psalm 73 het zegt: Wie heb ik nevens u omhoog, wat zou mijn hart, wat zou mijn oog, op aarde nevens U toch wensen?”. Of zoals zondag 1 van de Heidelberger Catechismus het  zegt: De enige troost in leven en sterven is dat ik het eigendom van Jezus Christus ben. Al het andere valt daarbij in het niet. Dat is ‘haten’ vergeleken bij de liefde die je voor Jezus hebt. Zo groot en zoveel meer is die liefde voor Hem. Je kunt Hem niet een beetje dienen, Hem niet naast alle andere dingen hebben. Dat je Hem wel aardig vindt, of leerzaam, of dat het je wel aanspreekt… dat is niet genoeg, zegt Jezus. Het gaat erom dat je alles voor Hem over hebt. Je moet Hem meer liefhebben dan je carrière, je geld, je ouders of welke doelen je ook nastreeft in je leven. God moet immers bovenaan staan!

Als je het zo bekijkt, dan moet je misschien wel zeggen: Nou, ik ben er nog niet helemaal. Ik dacht dat ik christen was, maar heb ik de Here Jezus wel zo lief, met die onvoorwaardelijke liefde? Want daar gaat het om, dat je Hem lief hebt gekregen. Misschien moeten we dan wel zeggen dat we Hem te weinig liefhebben. Dat we daarin moeten groeien. Dat die band met Jezus nog veel sterker moet worden.

Dat we echt discipel van Jezus zijn, dat blijkt dan ook uit ons leven. Waardoor laat je je leven beheersen? Wat is doorslaggevend bij de keuzes/de beslissingen die je maakt in je leven? Volg je Jezus om er zelf beter van te worden? Of is Hij de Koning en dien je Hem? Doe je wat Hij zegt? Gehoorzaam je Hem? Wie is de Koning in je leven? Ben jij de koning en moet Hij jou helpen gelukkig te zijn? Of dien jij Hem? Er zijn zoveel christenen die wel naar de kerk gaan en geloven, maar toch zelf koning zijn en zelf de dingen bepalen. God moet hen dienen.

Hoe volg je Jezus dan? Hoe doe je dat? Dat staat er ook. Jezus zegt: “Wie niet zijn kruis draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn.” Achter Jezus aan gaan en ons kruis dragen, dat klinkt niet zo vriendelijk. Kruisdragen…. Je moet er niet aan denken, dat je een kruis moet dragen. Maar Jezus zegt dat wij achter Hem moeten komen en ons kruis moeten dragen, zoals Hij het kruis heeft gedragen. De oordelen die over ons komen, moeten we kennelijk dragen. Misschien wel spot of het lijden om Christus. Zo moeten we achter Jezus aangaan. Tegelijkertijd mogen we weten, als we zo achter Hem aangaan, dat Jezus dat kruis voor ons gedragen heeft. Hij heeft werkelijk het oordeel gedragen. Als we achter Hem komen, moeten we wel ons kruis dragen, maar we zijn al bevrijd. We delen in het lijden van Christus, maar we delen ook in de overwinning. Je bent vrij, je bent een kind van God. Als je zo achter Jezus aangaat in je leven, mag je een vrij mens zijn. Christus heeft het al voor je volbracht. Je hoeft niet bang te zijn voor het oordeel.

Wat dat betekent? Kruisdragen achter Jezus aan, is eigenlijk ook sterven. Dat past ook weer bij onze tekst: Als iemand tot Mij komt en niet zijn eigen leven haat… We moeten breken met ons eigen leven. Paulus noemt dat in zijn brieven, ’sterven aan de oude mens’. Ons oude ‘ik’ moet gekruisigd, gedood worden. Wat is dat bevrijdend! Wat kan je oude ‘ik’ met al je doelen, je prestaties, en hoe de mensen over je denken, of je naam wel in de geschiedenisboeken komt, zwaar op je rusten, een ballast zijn. Het oude ‘ik’ met al z’n lasten en lusten moet je kruisigen en mag je achter je laten, gekruisigd en overwonnen door Christus. Bevrijd van alle meningen van mensen en van jezelf, achter Jezus aangaan.

Kruisdragen en Jezus liefhebben, doen we dat? Kunnen we dat? Onvoorwaardelijk achter Jezus aan gaan? Met alles Hem dienen? Dat heeft gevolgen voor je keuzes, in het omgaan met de mensen, in je koopgedrag, in de wereld waarin we staan. Kerk binnenste buiten zijn. We moeten Hem dienen, het gaat niet meer om onszelf. Het gaat niet om ons eigen ‘ik’, ons eigen koninkrijkje. Het gaat erom dat je Christus dient en dat je je medemens liefhebt, dat je het evangelie verkondigt, dat je je niet schaamt voor Hem uit te komen. Dat is wat Jezus van ons vraagt.

Dat gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot, zomaar van de ene op de andere dag. Het is een groeiproces. Dat sterven aan jezelf kost tijd. Groeien in de liefde naar Hem is een proces. Maar je kunt wel in je leven zien of dat in gang gezet is, of je daarin groeit, daarmee bezig bent. Of dat je in je hart zegt; dat is mij te veel, dat doe ik niet, ik wil wel mijn eigen leven leiden. Hebben we zulke gedachten in ons hart? Wil je echt Jezus van harte volgen? Is Hij je alles waard? Is alles ondergeschikt aan Zijn koninkrijk? Ook je geld, je tijd, je doelen, je carrière? Dat kunnen we van onszelf het beste zeggen. Jezus is eerlijk, Hij zegt hier eerlijk wat het kost. Hij geeft er voorbeelden bij. Je wilt niet halverwege in de bouw blijven zitten of voor een dwaas worden uitgemaakt. Jezus zegt in vers 33: “Wie geen afstand doet van al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn. “Als we werkelijk zout willen zijn, zullen we ook werkelijk zout moeten zijn en niet onze kracht verliezen, zo zegt Jezus in die slotwoorden. Als we maar een beetje meelopen, verliezen we onze kracht, de kracht van het evangelie, de kracht van de daden en de woorden van Jezus. Kerk binnenste buiten zijn, christen zijn, vraagt je helemaal! Ben jij een discipel van Jezus?

 Gespreksvragen

  1. Vind je Jezus’ woorden niet een beetje te ver gaan?
  2. Waarom  wil je een discipel zijn?
  3. Heb je Jezus meer lief dan al het andere in je leven?
  4. Wat weegt het zwaarst bij de beslissingen die je neemt in je leven?
  5. Wanneer vind je het moeilijk om Jezus na te volgen?
  6. Hoe zouden we elkaar kunnen helpen om Jezus echt te volgen?
  7. Hoeveel tijd heb je over om anderen in je omgeving te helpen?
  8. Zou je minder willen werken om Jezus meer te dienen?
  9. Ben je in je koopgedrag ook een discipel van Jezus?
  10. Wat voor Footprint laat jij achter?
  11. Geef voorbeelden waaruit blijkt dat iemand iets anders meer liefheeft dan Jezus?
  12. Jezus vraagt aan de discipelen alles achter te laten en Hem te volgen. Zou jij ook alles achterlaten als Hij je dat vraagt?