banner watgelovenwij

Wat doen wij Gesprekspapier Normen en Waarden 3 - Bemoedigen

luisteren route vragen

 PDF

Bemoedigen 

Bijbelgedeelten: Spreuken 12 vers 14 - 20 en Efese 4 vers 25 – 32.

Woorden hebben macht, ten goede en ten kwade.
Bij een hardloopwedstrijd moedigen we de lopers aan, omdat we weten dat dit helpt. Ouders aan de zijlijn bij een voetbalwedstrijd van hun kinderen, laten het wel uit hun hoofd om hen toe te roepen: Doe maar geen moeite, je bakt er toch niets van. Ze weten hoe ontmoedigend dat is en hoe je krachten als het ware wegvloeien uit je lichaam bij het horen van zulke woorden.
Woorden kunnen pijn doen als een mes, (Spr 12:18a “De woorden van een dwaas zijn dolkstoten”).
Jezus zegt niet alleen dat we niet moeten moorden. In het verlengde van dat gebod zegt Hij zelfs: “ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan.” Jezus neemt onze woorden serieus. We moeten goed bedenken wat we zeggen tegen onze broeder of zuster. Maar ook tegen (onze) kinderen, leerlingen etc.
Woorden kunnen ook genezend werken, (Spreuken 12:18b “wat de wijze zegt, brengt genezing”).
Bemoedigende, liefdevolle woorden en blije liederen helpen ons door moeilijke tijden heen.
Hoe dat in de gemeente moet zijn?
In Efese 4:29 zegt Paulus: “Laat geen vuile taal over uw lippen komen, maar alleen goede en waar nodig opbouwende woorden, die goeddoen aan wie ze hoort.” We mogen elkaar opbouwen, elkaar moed geven.
Zoveel mensen zijn moedeloos. Mensen hebben gevoelige plekken, pijnpunten, zelfs trauma’s opgelopen in het verleden.
Maar de gemeente mag een plaats van genezing zijn, een plek waar we de liefde van God ontdekken en delen.
We moeten er voor waken onze frustraties of boosheid de vrije loop te laten en zo de ander te kwetsen. We mogen opbouwende woorden spreken die de ander goed doen. We mogen de liefde van Christus die in ons is, delen met de ander.
We weten toch wel hoe Christus met zijn broeders en zusters en met de armen en zieken omging?
Hoe hij hen bemoedigde en opbeurde? (We hebben het dan niet over de Farizeeën die de mensen onderdrukten, daar kon Hij enorm fel tegen zijn.)
Hoe zouden wij dat kunnen, anderen bemoedigen? Dat lukt alleen als Christus door de Heilige Geest in onze harten woont en de liefde van Christus en de vrede en het geduld, de vrucht van de Geest in onze harten groeit.
Tot slot een voorbeeld van Paulus. “Want wij zijn elkaars ledematen”, zegt hij in vers 24 (Efese 4). Het doet denken aan wat hij in een andere brief schrijft (1 Cor 12:12v) over de gemeente die een lichaam is. Hij zegt daar: “Wanneer één lichaamsdeel pijn lijdt, lijden alle andere mee; wanneer één lichaamsdeel met respect behandeld wordt, delen alle andere in die vreugde. Welnu, u bent het lichaam van Christus en ieder van u maakt daar deel van uit” (vers 26 en 27).
Het is belangrijk dat we die ander aanvoelen, voelen wat hem raakt, verdriet doet of vreugde geeft. Het is daarvoor ook belangrijk dat we onszelf kennen, onze eigen gevoelens en gevoeligheden kennen, zodat we des te beter de ander begrijpen en we hem met passende woorden kunnen bemoedigen.
Bemoedigen is mooi. Zo kunnen we mensen kracht geven en doen opveren.

Stellingen (Laat ieder de stellingen beantwoorden met; ja, nee, misschien of weet niet)

  1. Bemoedigen is moeilijker dan iemand op zijn fouten wijzen.
  2. Onze gemeente is een helende gemeenschap.
  3. Ik wil graag een bemoediger zijn.

Gespreksvragen

  1. Geef een aantal voorbeelden waaruit blijkt dat woorden macht hebben ten kwade en ten goede.
  2. Hoe komt het toch dat mensen zo makkelijk kritiek uitoefenen en veel meer moeite hebben ombemoedigende woorden te spreken?
  3. Hoe ervaar jij het als anderen jou een bemoedigend woord toespreken?
  4. Wat voel je als mensen jouw werk afkraken?
  5. Hoe zouden we anderen meer kunnen bemoedigen?
  6. Kun je iemand op een bemoedigende manier erop wijzen dat jij vindt dat hij dingen anders moetdoen? Hoe? Noem een aantal voorbeelden.

Opdracht:

  1. Laten we elkaar bemoedigen. Ieder spreekt een bemoedigend woord tegen debuurman/buurvrouw aan de linkerhand. Zo gaan we de kring rond.
  2. Kies iemand uit, thuis, op je werk, in de kerk of op school, die je de komende tijd welgemeend(niet gemaakt) gaat bemoedigen. Evalueer dat de volgende keer. Deel je ervaringen. Spreekdan een vervolgopdracht af, zodat je groeit in het bemoedigen.