banner watgelovenwij

Wat doen wij Gesprekspapier Normen en Waarden 2 - Dienen

luisteren route vragen

 PDF

Dienen

Bijbelgedeelten: Luk 22 : 24-27 en Joh 13:12-20 (Tekst vs 14 en 15)

De oude Grieken in de tijd van het nieuwe testament zagen dienen als iets minderwaardigs.
Plato zei: "Hoe kan een mens gelukkig zijn als hij een ander dienen moet?"
Het jodendom ziet dienen niet als iets minderwaardigs.
In Lukas 22 leert Jezus Zijn discipelen dat dienen niet minderwaardig is. Hij keert het om. Als de discipelen met elkaar in discussie zijn over wie de meeste is zegt Hij: Wie de meeste is, dient de ander.
Jezus doet dat zelf ook voor, zo lezen we in het Johannes evangelie.
Ze zouden samen het Pascha eten. Ze hadden stoffige voeten en dat is niet fris als je aan tafel ligt. Er was geen dienaar om de voeten te wassen. Niemand van de discipelen wilde de voeten van de ander wassen. Jezus stond op en waste de voeten van de discipelen. Jezus, de meester, diende de discipelen. Hij had hen lief tot het einde.
De voetwassing is niet een noodgedwongen handeling.
De voetwassing is een symbolische handeling. Hij reinigt de discipelen. Als Hij de discipelen niet de voeten wast hebben ze geen deel aan Hem en aan het heil. Wij moeten door Jezus gereinigd worden van onze zonden.
De voetwassing is ook een voorbeeld.
Jezus is de meester. Hij doet het ons voor. Wij moeten Hem navolgen.
Hij wijst ons op elkaar. In de wereld regeren mensen over elkaar.
Ook in de discipelenkring is er strijd over wie de meeste is, heel menselijk.
Maar Jezus zegt dat het in Zijn Koninkrijk anders toe gaat. Daar moeten we elkaar dienen.
De voetwassing is in een notendop wat Jezus voor de zijnen gedaan heeft.
Jezus is God, Hij werd mens om ons te dienen.
Hij diende tot het einde, tot aan het kruis, tot in de dood.
De minste zijn, dat vinden wij vaak niet makkelijk. We vertellen liever wat de ander moet doen.
Jezus geeft ons echter de opdracht Hem na te volgen. Deze opdracht geldt iedereen.
In de gemeente moeten we elkaar dienen, maar ook in het dagelijks leven, ook in ons huwelijk.
Dat kunnen we niet uit onszelf. Het begint bij Christus.
Als we Hem navolgen gaan we dienen. Het Woord leert het ons. De Geest werkt het in ons.

Stellingen (Ieder beantwoordt de stellingen met; ja, nee, mss of weet niet)

1. Dienen is minderwaardig.

2. Dienen en leidinggeven is tegenstrijdig.

3. Dienen is moeilijk.

Gespreksvragen

1.Hoe zou je de ander kunnen dienen?

2.Als alle mensen willen heersen hoe zou de wereld er dan uit zien?

3.Als alle mensen willen dienen, hoe zou de wereld er dan uitzien?

4.God, Jezus, dient ons. Als je dat overdenkt, wat doet dat met je?

5.Hoe past dit in onze missie, Jezus liefde ontdekken, delen en doorgeven?

Opdracht

Spreek met elkaar af dat je een ander gaat dienen, helpen, zoals je dat nog niet eerder gedaan hebt. Evalueer dat de volgende keer. Deel je ervaringen. Spreek dan een vervolgopdracht af, zodat je groeit in het dienen.